Wedstrijdregels
Hygiëne
Met betrekking tot hygiëne van judoka’s zijn de volgende punten van belang:
- Het judopak dient schoon, droog en zonder onprettige geur te zijn.
- Nagels van handen en voeten moeten kort geknipt zijn.
- Handen en voeten moeten schoon zijn.
- Bij voetwratten dient de judoka op de mat de sokken aan te houden.
- Men mag op de judomat geen sierraden dragen zoals kettinkjes ringen en oorbellen.
- Lang haar dient te worden opgebonden zodat dit geen hinder oplevert voor de andere judoka’s.
- Omkleden voor en na de training in het kleedlokaal (niet thuis).
- De judomatten worden 2x per jaar ontsmet.
Matten (indeling)
De wedstrijd judomat is verdeeld in 2 vlakken, het binnenste gedeelte wordt de wedstrijdruimte genoemd. En het gedeelte dat hier omheen ligt heet de valrand. Deze vlakken zijn te herkennen omdat zij een beiden een andere kleur hebben. Meestal zijn dit rood en groen maar geel en blauw kan ook voorkomen. ook andere kleur combinaties komen tegenwoordig voor zoals in onze eigen dojo.
Groetprocedure Judoka’s
Bij het betreden van de mat en voor aanvang van de wedstrijd:
- De judoka’s komen de mat op en gaan buiten de rode rand in het midden van de mat staan, en groeten vervolgens naar elkaar. (De judoka met de rode band staat rechts en de judoka met de witte band links)
- De scheidsrechter geeft het teken dat de judoka’s het wedstrijdgedeelte van de mat mogen betreden. De judoka’s stappen naar voren op het groene gedeelte van de mat en groeten nogmaals naar elkaar.
Na afloop van de wedstrijd:
- De scheidsrechter wijst de winnaar aan (judoka’s staan op het groene gedeelte) en de judoka’s groeten naar elkaar. Hierna kunnen de judoka’s elkaar een hand geven.
- Vervolgens stappen zij achterwaarts buiten de rode rand van de mat en groeten nogmaals naar elkaar en verlaten de judomat
Judo kleding (Judogi)
De judo kleding moet zonder gaten of scheuren zijn.
De mouwen en / of broekspijpen mogen niet worden omgeslagen omdat andere judoka’s hierin kunnen blijven haken en daardoor blessures kunnen oplopen.
Het judopak dient bij wedstrijden aan bepaalde afmetingen te voldoen:
-
Mouwlengte:
De lengte van de mouw dient niet verder te reiken dan de pols en mag niet korter zijn dan 5 cm. vanaf de pols. -
Mouwdiameter:
De mouw moet zo groot zijn dat deze goed kan worden vastgepakt door de Judoka’s. De afstand tussen de arm en het deel van de mouw waaraan men vast kan pakken dient minimaal tussen de 10 en 15 cm te zijn. -
Broeklengte:
De lengte van de broek dient niet verder te reiken dan de enkel en mag niet korter zijn dan 5 cm. vanaf de enkel. -
Broekdiameter:
De afstand tussen het been en het deel van de broek waaraan men vast kan pakken dient tussen de 10 en 15 cm te zijn. -
Jas:
De judojas dient in het midden 20 cm over elkaar heen te vallen.
Minimale afmeting Judogi
Wedstrijdruimte
De wedstrijden dienen binnen de wedstrijdruimte te worden gehouden. Wanneer men buiten deze ruimte komt wordt de wedstrijd door de scheidsrechter gestopt. Bij grondwerk wordt de wedstrijd pas gestopt als beide Judoka’s de mat helemaal hebben verlaten. In staande wedstrijden geldt bijna hetzelfde, alleen als een judoka buiten gaat zonder dat er een actie wordt uitgevoerd dan zal de scheidsrechter de wedstrijd stoppen en de judoka bestraffen.
Wedstrijdduur
De wedstrijdduur is afhankelijk van de leeftijd van de judoka’s. Voor jeugd jonger dan 12 jaar wordt 2 minuten aangehouden. Dit is de netto wedstrijdduur, dit wil zeggen als de scheidsrechter de wedstrijd stopt wordt ook de tijd stopgezet en bij het starten van de wedstrijd wordt deze weer aangezet. Voor andere leeftijden zoals –15 en –17 jaar wordt 3 minuten aangehouden. Voor –20 jaar 4 minuten en voor senioren 5 minuten.
Einde wedstrijd
Het einde van de wedstrijd kan op een aantal manieren worden bereikt:
-
Er wordt een vol punt gescoord door middel van een werptechniek of een controle techniek,
ook als de wedstrijdtijd nog niet is verstreken is dit het einde van de wedstrijd. - De tegenstander klopt af, ook nu is de wedstrijd afgelopen ook al is de wedstrijdtijd niet verstreken.
-
De wedstrijdtijd is afgelopen en niemand heeft een vol punt gescoord.
De scheidsrechter wijst de winnaar aan de hand van de gegevens die op het score bord vermeld staan aan.
Score / Straffen
Tijdens de wedstrijden kunnen de judoka’s voor werptechnieken en controle technieken scores behalen. Ook is het mogelijk dat ze straffen krijgen wanneer ze verboden handelingen uitvoeren. De benamingen voor deze scores en straffen zijn in het Japans. De hoogte van de score hangt af van de uitvoering van de werptechniek of controle techniek, hoe beter de werptechniek hoe hoger de score. Ook bij de verboden handelingen wordt er een onderscheid gemaakt naar de zwaarte van het vergrijp. Hieronder volgt een korte opsomming van de scores en de straffen.
| Score | Straf | Punten |
| Waarschuwing | 1e Shido | 0 |
| Yuko | 2e Shido | 5 |
| Waza-ari | 3e Shido | 7 |
| Ippon | Hansoke-make | 10 |
De score punten kunnen worden verdiend door werptechnieken en controle technieken zoals b.v. houdgrepen, e.e.a. wordt door de scheidsrechter beoordeeld. De waardering is globaal als volgt:
- Yuko Bij een werptechniek valt de judoka op de zijkant van zijn lichaam, eventueel enigszins steunend op de arm.
- Waza-ari De snelheid van de worp is niet groot genoeg of de judoka valt niet op zijn rug maar wel beter dan bij yuko.
- Ippon De worp is snel en krachtig uitgevoerd en de judoka valt helemaal of nagenoeg helemaal op de rug.
Bij houdgrepen is de waardering als volgt:
Als een judoka reeds een waza-ari heeft gescoord dan is de houdgreeptijd nog maar 20 seconden, hierna wordt het zakje gegooid door de mensen achter de jurytafel en
wordt de wedstrijd door de scheidsrechter beëindigd.
De straffen zijn ook in categorieën verdeeld wat betreft de zwaarte van de straf, enkele zaken die wel eens voorkomen worden hieronder genoemd met de straf.
(Er zijn nog meer zaken waarvoor men gestraft wordt maar dit gaat hier te ver om deze te vermelden, e.e.a. wordt door de scheidsrechter beoordeeld).
-
Shido:
- Tegenstander niet vast willen pakken of afweren om wedstrijd handelingen te vermijden.
- Defensieve houding aannemen d.w.z. armen gestrekt en of krom gaan staan zodat de tegenstander niet kan aanvallen.
- Met de vingers in de mouw of broekspijp van de tegenstander pakken.
- Niet aanvallen.
- Rechtstreeks vastpakken van de broekspijp van de tegenstander.
- Schijnaanval maken
- Judopak in de mond nemen.
- Een hand of been in het gezicht van de tegenstander plaatsen.
- Buiten de mat stappen (rode rand) of iemand buiten de mat duwen.
- Beenschaar toepassen op hoofd, hals of romp van de tegenstander.
- Vingers van de tegenstander achterover buigen.
- Aanwijzingen van de scheidsrechter negeren.
- De tegenstander of de scheidsrechter uitschelden.
- Harde of metalen voorwerpen dragen op de mat.
- Handelingen verrichten die de hals of nekwervels van de tegenstander kunnen beschadigen.
- Met het hoofd naar de mat duiken bij de uitvoering van bepaalde wordpen.
- Wanneer men meerdere straffen krijgt dan worden deze automatisch steeds hoger, dus ook al maakt men een kleine overtreding als men reeds een 1e shido heeft wordt dan de volgende straf automatisch 2e shido enz.
Hansoke-make:
Bij een gelijke stand aan het einde van de wedstrijd wordt voor judoka’s
onder de 12 jaar door de scheidsrechter beslist wie er heeft gewonnen.
Voor judoka’s boven de 12 jaar wordt de golden score regel toegepast, dit
wil zeggen dat de judoka’s bij gelijke stand direct doorgaan met nog eens
een wedstrijd van maximaal 3 minuten, maar als 1 van beiden een score maakt
is de wedstrijd direct afgelopen.
Mocht de wedstrijd daarna nog onbeslist zijn dan beslist de scheidsrechter
wie heeft gewonnen. Krijgt men in de golden score een shido dan gaat de
wedstrijd door omdat dit een waarschuwing is, bij een 2e shido is de
wedstrijd wel afgelopen omdat de tegenstander dan een yuko als score krijgt.
Verder zijn er nog enkele technieken die voor jeugd beneden de 12 jaar niet mogen worden toegepast tijdens wedstrijden, dit zijn. o.a.:
- Armklemmen
- Wurgingen
- Offerworpen in voorwaartse richting
- Worpen op 1 of 2 knieën in voorwaartse richting
- Nek omwringen (met arm vastpakken alleen om de nek van de tegenstander)
- Expres boven op zijn tegenstander vallen bij de uitvoering van een worp
Scorebord / puntentelling
Witte zijde score bord
Rode zijde score bord
Wanneer een judoka een punt scoort d.m.v. een werptechniek of controletechniek dan geeft de scheidsrechter het hiervoor geldende teken aan en zullen de juryleden de score op het scorebord plaatsen.
Een score Ippon wordt niet op het scorebord aangegeven omdat de wedstrijd dan is afgelopen (hetzelfde geldt voor 2x Waza-ari = Ippon).
Hieronder een voorbeeld van een score die op het bord staat:
In deze situatie heeft Wit een Waza-ari gescoord en Rood heeft 2x Yuko.
Een Waza-ari is altijd hoger als elk aantal Yuko’s, dus in dit geval heeft Wit de wedstrijd gewonnen.
Het scorebord is heel eenvoudig te lezen de score is als het ware 10 tegen 2 dus op deze manier kan men snel zien welke judoka voor staat en / of gewonnen heeft.
Tekens scheidsrechters
Hieronder volgen enkele tekens die door de scheidsrechter kunnen worden gemaakt tijdens de wedstrijden en die vaker voorkomen.
Nog enkele tekens waar geen plaatje van is worden hieronder beschreven:
Matte:
Een hand wordt op schouderhoogte voorwaarts geheven, waarbij aan de tijdwaarnemer de vlakke hand wordt getoond met de vingers omhoog en de arm ongeveer parallel aan de mat.
Ha-jime:
Dit betekend beginnen en hiervoor wordt geen teken gegeven door de scheidsrechter.
Judogi in orde brengen:
Om aan te geven dat een deelnemer zijn “Judogi” in orde moet brengen (b.v. band vast maken) kruist de scheidsrechter op bandhoogte de linker over de rechterhand met de handpalmen binnenwaarts gericht.
Te weinig aanvallen:
Bij te weinig aanvallen brengt de scheidsrechter beide onderarmen op borsthoogte en draait deze in voorwaartse richting om elkaar heen.