Het ontstaan van Judo

Er bestaan en bestonden over de gehele wereld in alle culturen allerlei manieren om zich te meten met een tegenstander. Veel van die systemen zijn uitgegroeid tot sport. Men bedacht regels waardoor tegenstanders mekaar niet hoefden te doden om te winnen. Door die spelregels werd vechten meer spelen en kon een zege ook behaald worden door meer behendigheid te tonen, sneller, sterker of slimmer te zijn. Judo is één van die spelvormen die zich ontwikkeld heeft tot een moderne sport, vanuit de eeuwenoude kunst van het ju-jutsu.

Jigoro Kano ging op 17-jarige leeftijd studeren aan de keizerlijke universiteit van Tokyo. Kano was klein en woog slechts 48 kg. Hij wilde zijn lichaam sterken en beoefende verschillende sporten zoals roeien, gymnastiek en honkbal. Deze sporten uit de westerse cultuur genoten veel belangstelling van zowel professoren als studenten in die tijd. Omdat Kano veel fysieke kracht tekort kwam werd hij vaak verslagen. Hij ging op zoek naar een andere manier om sterker te worden en hoorde van de geheime kunst van het ju-jutsu. Hij bestudeerde de ju-jutsu-sytemen van drie verschillende scholen en ontwikkelde hieruit zijn Nippon-Den-Kodokan-Judo; kortweg Kodokan Judo genoemd

Jigoro Kano trainde dagelijks om de ju-jutsu-technieken te leren. Na in verschillende scholen te hebben gestudeerd ging Kano zelf les geven. In 1880 veranderde hij voor het eerst de naam van zijn “Kano ju-jutsu” in “Judo”.

Op 21-jarige leeftijd (in 1882) opende Kano zijn eigen school: de Kodokan. In het eerste jaar oefende Kano met 4 leerlingen. Als Kano ‘s avonds thuiskwam van het instituut waar hij les gaf, begon hij te studeren. Hij trainde wanneer hem dat uitkwam. Op zondag waren er trainingen die tot 23u of 24u duurden. Veel ju-jutsu-leraren zagen met jaloezie het ledenaantal van Kano groeien. Kano’s leden kwamen vaak uit rijke families en dat terwijl veel ju-jutsu-scholen met moeite hun deuren konden openhouden. Het boterde dus niet altijd tussen judoka’s en ju-jutsuka’s. Dit alles was dan ook de oorzaak van de zogeheten dojo-yaburi.

De dojo-yaburi bestond al in de middeleeuwen toen rondtrekkende samoerai probeerden de leerlingen en de meester van een kendo-dojo te verslaan om hun reputatie als krijger te vergroten. Bij een dojo-yaburi ging men trainen in een andere school met de bedoeling de waarde van die school te testen. De regel was om als eerste de beste leerling van de meester uit te dagen, daarna de andere leerlingen. Waren zij allen verslagen, werd de meester zelf uitgedaagd. Moest ook hij het onderspit delven, dan had de gast het recht het teken van de school van de muur te halen. Dit betekende in de praktijk dat die school al zijn leden zou kwijtraken. Verschillende leden van ju-jutsu-scholen kwamen naar de Kodokan voor een dojo-yaburi maar zij werden allen verslagen door de judoka’s van de Kodokan.

In 1886 vond er voor de reputatie en ontwikkeling van de Kodokan van Jigoro Kano een belangrijke gebeurtenis plaats. Het politiehoofdkwartier organiseerde een grote demonstratie van klassieke krijgskunsten en de Kodokan kreeg een uitnodiging voor een wedstrijd tegen de ju-jutsuka’s van meester Tozuka. Kano had speciaal voor deze wedstrijd zijn beste leerlingen geselecteerd. De judoka’s van de Kodokan wonnen deze heroïsche strijd. De Kodokan had nu definitief zijn naam en faam gevestigd

Jigoro Kano maakte van het verouderde ju-jutsu een moderne vechtkunst, ‘judo’ genaamd. Hij maakte zijn technieken zo veilig, dat je ze kon toepassen in een oefengevecht (randori) zonder gedood te worden of zelfs maar geblesseerd te raken. Dit was bij de vroegere ju-jutsu-vormen onmogelijk. Kano had ook andere bedoelingen met zijn judo en hij schreef die als volgt op:

‘Judo is het principe van het maximaal efficiënte gebruik van lichaam en geest en ju-jutsu is niets meer dan de toepassing van dit alomvattende principe op de methode van aanval en verdediging. In het beoefenen van judo is het essentieel om het lichaam te trainen en de geest te ontwikkelen door de oefening van de methode van aanval en verdediging om op deze wijze dit principe onder de knie te krijgen en daarbij zichzelf te perfectioneren en bij te dragen aan het welzijn van de wereld. Dat is het uiteindelijke doel van judo.’

Jigoro Kano stierf op 77-jarige leeftijd